Verslag conferentie 'Is de griffier in control?' te Tilburg
Congres 'Is de griffier in control?'
Beschrijving
Op een heel persoonlijke wijze opende Tilburgs burgemeester Ruud Vreeman het congres. Hij benadrukte het belang van het thema planning en control voor de gemeentelijke overheid. In zijn zienswijze is het belangrijk dat de doelen van de lokale overheid meetbaar gemaakt worden in beoogde effecten en in outputtermen. Met name is het daarbij volgens hem nodig dat de beleving van de burgers niet wordt vergeten.
Hij gaf de griffiers ook nog een wijze raad mee. Volgens hem hebben griffiers, mogelijk juist vanwege het specifiek, neutrale karakter van hun functie, veel oog voor procedures en voor de vorm. Hij beklemtoonde evenwel dat een griffier moet beseffen, dat er binnen de raad ruimte moet zijn voor het politieke proces. Planning en control zijn belangrijk voor de raad, maar raadsleden moeten zich in die processen ook goed kunnen voelen. "Zorg daarom dat het ergens over gaat, dat het er ook allemaal toe doet, dat alle argumenten aan bod kunnen komen en dat het geheel niet te lang duurt", zo luidde zijn advies.
Na zijn openingswoorden hielden Stavros Zouridis (Universiteit van Tilburg) en Louis Dolmans (voorzitter Rekenkamer Nijmegen) boeiende inleidingen.
Stavros Zouridis ging in op de geschiedenis van het 'Tilburgse model', het planning en controlproces, waarmee de gemeente Tilburg in de jaren tachtig furore maakte. En waardoor Tilburg zich kon profileren als de best bestuurde stad van Europa.
Maar Stavros Zouridis gaf aan dat er in de loop der tijd ook bestuurlijke lessen getrokken werden uit de opgedane ervaringen. Het instrumentarium werkte op zich wel en de politiek kon hiermee ook best gedisciplineerd omgaan, maar er ontstond een sterke interne oriëntatie: waar bleef de burger in het verhaal? Het concept werd daarom aangepast. De burger in al de hoedanigheden als klant, wijkbewoner en deelnemer aan maatschappelijke organisaties kwam in de gemeentelijke organisatie centraal te staan en er werd voortaan ook onderzocht wat de burger van overheidsmaatregelen vond.
Momenteel zijn er onder bestuurskundigen sterke voor- en tegenstanders van het instrumentele denken over planning en control. De gelovigen pleiten voor een verdere verfijning van de instrumenten. De critici verzetten zich echter tegen deze vormen van systeemdenken: 'de praktijk werkt zo niet'. Stravos Zouridis ging in op de vraag wat een griffier hiervan kan leren en of er een derde weg mogelijk is. Hij deed de aanwezige griffiers een aantal suggesties aan de hand, zoals: "zet de instrumenten op een intelligente manier in, want op zich werkt het. Maar heb ook aandacht voor zachte informatie, die niet in cijfers en getallen is te vangen en dus ook niet is te lezen: ga als raad zelf op verkenning uit, hou een soort gezamenlijke maatschappelijke verkenning".
Louis Dolmans zette een scherp betoog neer over de kwaliteit van de begroting. Hij heeft de afgelopen tijd veel onderzoek gedaan naar gemeentelijke begrotingen. Zo vergeleek hij de programmabegrotingen van de Gelderse gemeenten Arnhem, Apeldoorn en Nijmegen. Uit dat onderzoek is gebleken dat veel raadsleden de programmabegroting niet snappen. Het lijkt er volgens hem op dat de begroting niet van de raad is, maar bedoeld is voor ambtelijke experts. De indruk bestaat dat die dat ook zo zouden willen houden. Dolmans is van mening dat de raad, als hoogste orgaan, dat niet moet pikken. Hij moet eisen dat de begroting begrijpelijk wordt gemaakt en dat er desgewenst een uitwerking in deelparagrafen wordt opgesteld. Een uitsplitsing van de kosten in programmakosten (voor de meting van de effectiviteit) en apparaatskosten (voor de bepaling van de doelmatigheid) wordt vaak niet gemaakt. Ook die is in zijn ogen echt nodig voor inzicht in de begroting en voor verantwoording achteraf. Verder heeft de VNG-modelverordening voor artikel 212 van de Gemeentewet helaas niet bijgedragen aan grotere duidelijkheid op dat gebied. Een herziening zou daarom volgens Dolmans zeker op haar plaats zijn. Hij pleitte tot slot sterk voor een verbeteringsslag van de programmabegroting. Die is volgens hem nodig en ook mogelijk. De griffier kan daarbij als ondersteuner van de raad een belangrijke rol spelen.
Vervolgens kwamen in de werkgroepen deelthema's aan bod, zoals onder andere: het SMART maken van de programmabegroting, de wijze van bezuinigingen en heroverwegen, de samenhang tussen de inzet van accountant, rekenkamer en de onderzoekscommissie.
Tot slot sloot Stavros Zouridis het congres af met een aantal conclusies uit de werkgroepen, waarin hij het belang nog eens onderstreepte van het doorontwikkelen van de planning en controlcyclus en de stimulerende rol die griffiers daarbij kunnen spelen.
Daarna was het aan de zaal om nog een aantal afsluitende opmerkingen te maken. Daarbij kwam naar voren dat het voor veel kleinere gemeenten moeilijk is om de planning en controlcyclus professioneel op te zetten. Bijvoorbeeld op het punt van het meten van het resultaat van het beleid. Als mogelijke oplossing werd genoemd dat gemeenten samenwerking kunnen zoeken. Net zoals dat momenteel gebeurt ten aanzien van de Rekenkamerfunctie. Maar ook voor kleinere gemeenten geldt dat verbeteringen niet vanzelf komen; dat vergt inzet en investeren.
Referentiemateriaal
-
Presentatie | Workshop Doelen en effecten
15 feb 2010, pdf, 30KB
-
Discussiepunten | Planning en control
01 feb 2005, pdf, 32KB